Verhalen van vroeger

Mijn dochter is bijna zeven. Tijdens het eten vraagt ze de laatste tijd of ik verhalen van mezelf van vroeger wil vertellen. Ik vergeet ze vaak, maar hier zijn er een paar, over mijn middelbare school. Of het allemaal pedagogisch verantwoord is weet ik niet, maar ze heeft wel plezier in deze verhalen.

 

Glad
Ik moet twaalf of dertien zijn geweest, als klein ventje op een veel te grote Gazelle, elke dag op een neer van Annen naar Groningen. 20KM heen en 20KM terug. Met zo’n vreselijke leren schooltas, vastgebonden met een spin op de pakjesdrager. We fietsten altijd in een grote groep, op hoog tempo naar school. Op een ochtend had het een beetje gevroren. We fietsten binnendoor, door de Wijert. Een bruggetje was glad. De jongens voor mij gingen onderuit. Ik ook. Mijn fiets schoot half over de rand van het bruggetje. Mijn schooltas schoot eraf. Hij bungelde een paar centimeter boven het water, met het handvat dat aan één haakje van de spin bungelde. Langzaam trokken we de spin omhoog en pakten de tas. Pfew.

IJs
De weken daarop vroor het hard. Rondom de school waren veel vijvers en er lag een dik pak ijs op. De mooiste vijver was die achter het voormalige lab: smal en lang, je kon er prachtig op glijden. Op school hingen waarschuwingen: verboden het ijs op te gaan! Maar ja. Hallo. IJs. Veel te leuk. Toen het begon te dooien bedachten we een spel. Met vijf man naast elkaar over het ijs rennen, dan gaat het mooi golven. Steeds harder renden we, en steeds mooier golfde het ijs voor ons. Dikke pret. De volgende dag deden we het weer. Ik rende in het midden. De wat fors gebouwde jongen naast mij zakte er pardoes doorheen. Tot over zijn middel in het ijskoude water. We trokken hem eruit. Wat te doen? Hij moet snel warm en droog worden. Maar op school staat straf te wachten. We hebben hem een jas gegeven, en op de bus gezet. In zijn kletsnatte pak terug naar Annen. Terug op school hebben we verteld dat hij ziek was, hij rilde ervan. Dat laatste klopte wel, haha. Wij namen zijn tas mee terug. De volgende dag zat hij weer in de klas. Snipverkouden. Ja zei de lerares, ik kan zien dat je nog niet fit bent. Ha nee inderdaad.

jeugdtrauma
jeugdtrauma

Banaantjes
Die spuuglelijke leren schooltassen. Loodzwaar. Soms zat er wel een dozijn zware boeken in. Plus je broodtrommel met acht plakken brood, want voor dat fietsen hadden we energie nodig. In Annen reed toen een rijdende bakker rond. Met brood van eergisteren, het was altijd droog. Niet weg te kauwen. Soms gooide ik het weg. Of kocht ik zelf maar vers brood. Of snoep. Dan baalde ik wel bij de terugtocht, want op zo’n zak banaantjes waar je je misselijk in kunt eten, kun je geen uur met wind tegen fietsen.

Boeken
Ja die spuuglelijke leren schooltassen. We smeten er altijd mee. In de kantine, in de klas, thuis. Ze moesten tegen een stootje kunnen. Ook als je sturen tijdens het fietsen in elkaar haakten, en de hele groep over elkaar heen fietste. Aan het einde van het jaar moesten we onze zwaar gehavende boeken inleveren. Ik sloeg de harde kaften die aan de randen stuk waren dan met een hamer weer plat, lijmde de stukken aan elkaar, vulde de gaten met nat papier op, tekende de geschaafde hoeken met potloden weer bij en plakte ze met plakband weer aan elkaar.

Agenda
Aan het begin van het schooljaar begon je opgewekt met een verse agenda. Bij mij duurde dat verse maximaal een maand. Ik heb agenda’s minutieus open gesneden en er rekenmachines ingebouwd, volledig onzichtbaar achter klepjes in de kaft. Ik heb een keer een hoofdtelefoon gesloopt en de luidsprekertjes in een agenda ingebouwd. Wild stickeren helpt verdoezelen. Het snoertje kwam uit de band. Voor in de Walkman. Het ging niet om de les verstoren of om muziek te luisteren, maar het was uit pure verveling, en om te zien of het kon.

Afstandsbediening
In het muzieklokaal stond zo’n verrijdbaar meubel met een Philips TV en dito videorecorder. De muziekleraar was een vreemde maar aardige snuiter. Hij vertelde dat we komende week een film zouden kijken. Een vriendje had thuis dezelfde videorecorder, maar die was stuk. Hij had nog wel de afstandsbediening. Wij maakten het ding open, knipten het LEDje eruit, plakten die verborgen in een agenda, en leidden een snoertje terug naar de afstandsbediening. We legden de agenda in het zicht van de videorecorder en konden van onder de tafel knoppen bedienen. De leraar stopt de videoband in de recorder en drukt op play. Fast forward. Rewind. Play. Stop. Rewind. Grote hilariteit in de klas. De leraar roept de conciërge erbij. De video loopt meteen. Conciërge loopt weg. Eject. We hielden het dollen een kwartier vol en lieten toen ons trucje zien. Hij kon het gelukkig waarderen.

Piep
We hadden een erg leuke geschiedenisleraar. Die man leerde ons niet de saaie kost uit de boekjes maar kon prachtig vertellen. Iedereen luisterde altijd in alle stilte. En als er dan een keer wat rumoer in de klas was, floot hij even om iedereen stil te krijgen. Dat vonden we grappig. Ik had een keer een sleutelhangertje gekregen dat piept als je fluit. Sleutels kwijt? Fluiten! Je raad het al, ik heb dat apparaatje onder zijn bureau geplakt en de klas wat opgejut. Hij floot. Piep piep piep! Na een paar keer krijg hij er zelf de slappe lach van. En wij ook.

Pesten
Erg veel werd er op school niet gepest. Ik denk dat iedereen zijn rotmomenten wel eens heeft gehad. Dat ineens een groepje de pik op je heeft. Ik was niet de grootste en had soms moeite om met een fietsende groep mee te komen. We hadden een wisselsysteem. Twee voorop, de rest heeft minder last van de wind. Als je voorop fietst mag je na een tijdje afzakken en achteraan aansluiten. Ik fietste met nog iemand voorop. Flinke wind tegen. Eindelijk werden we afgelost. En ineens ging die groep er als een speer vandoor. Rotgeintje, maar ach. Maar ze bleven het doen. Een week lang. Ik was gewoon even de klos. Ik weet niet waarom, maar de grootste van de groep stookte de rest tegen me op. Ook in de klas. Dit waren geen geintjes meer, en hij deed het wel bij meer mensen. Steeds iemand anders pakken. En de meelopers deden met hem mee. Op het schoolplein ben ik hem in zijn nek gesprongen, en hem op de grond geduwd. Zijn meelopers was hij kwijt. En sindsdien was hij poeslief.

V&D
Met vriendjes had ik een vete wie de beste computer had. De ene had een Atari, de andere een ZX Spectrum. En ik een Commodore 64. De Atari was gaaf want die kon erg mooi geluid maken. De ZX vond ik maar een suf ding. In tussenuren gingen we vaak naar de stad. Even de V&D in. Daar stond een Commodore 64, en zijn signaal was aan alle, tientallen, televisies in de media-afdeling gekoppeld. We stopten het programma, schreven er wat regels code bij. We verstopten ons bij het rek met de cassettespelers. Wachtend op een slachtoffer. Welkom bij V&D, wat is uw naam? De argeloze geïnteresseerde voerde het in. En daarna zijn woonplaats. Plotseling flitsten alle schermen in wilde kleuren, en knalde de tekst in een loopje: naam uit woonplaats is knettergek! Geschrokken beginnen die mensen op het toetsenbord te rammen. Maar met peek (of poke?) codes hadden we die geblokkeerd. De V&D had de powerswitch en stekker met een kapje afgeschermd. Er moest een medewerker aan te pas komen om het apparaat los te schroeven en te resetten. De vriendjes waren het met me eens. De C64 was de baas.

Tuig
In de diepe wintermaanden hoefden we niet te fietsen en konden we met de bus. Om van school naar de bushalte te lopen, moest je door een bosje. Ineens stonden er vijf gasten voor ons, allemaal een kop groter. Ze waren niet van onze school. Ze schreeuwden naar ons, wilden mijn schooltas in een vijver gooien (hadden ze dat maar gedaan haha) en vielen me aan. Met werpsterren en messen. Nou was ik wel bekend met messen. Want wij ‘dorpse’ leerlingen hadden altijd een zakmes bij ons, altijd handig voor als je een band moest plakken bijvoorbeeld. Maar dat je een mes tegen iemand gebruikte, het kwam niet in ons op. En een werpster, ik had geen idee wat het was. Een van die gasten, een rossige slungel, met een matje, schopte tegen mijn hoofd. Ik rende zo hard ik kon terug naar school. De conciërge – twee meter hoog en breed – zag me en begreep meteen wat er aan de hand was. Hij zette me in zijn pick-up truck en we reden de hele wijk door. Hij pakte al die gastjes op, zette ze in de laadbak en dumpte ze bij zijn collega conciërge van de school aan de overkant. Wat een baas. Een paar jaar geleden reed ik in een decadente sportauto langs het plantsoen. Daar stond die rossige slungel. Met nog steeds die mat. Met open ogen en mond keek hij naar me. In zijn werkoverall, met zijn schoffel. Ik heb maar even gezwaaid.

Eau
Onze lerares Engels was al tijden niet in al te beste stemming. Ze bleek overspannen. Niet leuk. We kregen een vervangster. Ze kwam uit Haren. Ze was erg aardig. Ze viel niet alleen op vanwege haar Harense tongval, maar ook hoe ze zich kleedde. Beetje tuttig eigenlijk. Witte bloesjes, met het kraagje omhoog. Truitje over haar schouders geslagen. Opgestoken haar en een dikke laag make-up. Parelkettingen. Adembenemend was ze, bovenal door haar heftige parfum. Ze was erg netjes. Het groene schoolbord bijvoorbeeld, werd secuur in strakke verticale lijnen met een natte spons schoongemaakt. Op een dag hadden alle meisjes in de klas besloten zich net als zij te kleden. Oh meiden zei ze: wat erg, wat zien jullie eruit! Een paar dagen later vond ik achter een radiator een flesje Bic parfum. Mierzoete pubertroep. De volgende ochtend kwam ze de klas binnen. We hadden het bord volledig volgekalkt. Kinderen, kinderen toch, zei ze. Ze pakte de spons en begin linksboven met schoonmaken. Het droop langs haar armen. Ze snifte. En trok een onvergetelijk gezicht. Maar meiden! Riep ze. Wie heeft hier zulke vreeeeselijke eau de cologne op!! Toen we in lachen uitbarstten had ze wel door dat er iets niet klopte. Ze kon er om lachen, en wij hadden de rest van het uur vrij. Ze ging even douchen.

Gym
We waren al wat ouder. En nog steeds fietsten we zo’n 40KM per dag op en neer. In colonnes slingerden we met grote groepen vanuit de omringende dorpen door Zuidlaren, Midlaren, Noordlaren, Glimmen en Haren naar Groningen. De terugweg was vooral in de zomer leuk. IJsjes kopen langs de weg. Jammer dat die kraampjes niet meer mogen. Appels halen uit een boomgaard. Zo hard mogelijk over de glooiende Hondsrug fietsen, met je buik op het stuur. Aan het einde van het jaar was het minder. Regen, wind, storm, kou. En we hadden dubbele pech op woensdag, want de school had in al haar wijsheid een dubbeluur gym gepland van 14:00-16:00. Dan omkleden en daarna mochten wij nog door weer en wind een uur naar huis fietsen, in het donker. Anderhalf uur als het hard waaide. Dus wij kwamen met een voorstel naar onze gymlerares: met 200KM fietsen per week hebben wij onze beweging wel: laat ons alsjeblieft iets eerder naar huis gaan. Nu moet ik deze gymlerares even beschrijven. Ze was klein, tenger, fel en had spierwit haar. Ze leek minstens 100. En ze praatte niet maar siste en schreeuwde. De meest ruwe legercommandant had haar niet als moeder willen hebben. Het antwoord was dus nee. Er viel niet over te praten. Sterker nog, ze tierde. Het was echt rotweer. We stonden in de regen, de kou en de storm op een veld. Het werd al bijna donker. Halverwege mochten we even schuilen in de kleedkamer. We verzonnen een list. De klasgenoten uit de stad zouden haar met een smoes de kleedkamer in lokken. En wij zouden er vandoor gaan. Het plan lukte. Nu hebben die klasgenoten hun rol wat serieuzer genomen en haar werkelijk even opgesloten, om ons een goede voorsprong te geven. Oei. De volgende ochtend plukte de rector ons uit de klas. Dat was ons nog nooit gebeurd. Hij ging achter zijn bureau zitten en liet ons het verhaal vertellen. Zij zat naast hem. Witheet was ze. Ze onderbrak ons. Schreeuwen, tieren. Dit wordt minstens schorsing, dachten we. Toen we vertelden wat er was gebeurd kon hij zijn lachen bijna niet inhouden. Dat maakte haar nog kwader. We kregen wel straf. Terecht ook wel. Schoonmaken rond school, na schooltijd. Maar we mochten voortaan bij gym ook een half uur eerder weg en het rooster zou worden aangepast.

P2000
We hadden een enthousiaste wiskundeleraar en hij had een heus computerlokaal geregeld. Dat was erg vooruitstrevend van onze school. Ware het niet dat de Philips2000 computers zwakker waren dan onze eigen spelcomputers. Een groepje jongens wist dus wel iets van basic programmeren. De leraar (inmiddels opgeklommen tot burgemeester) had een virtueel koffieapparaat geprogrammeerd. De opdracht was de juiste commando’s in de juiste stappen te doen. Filter erin, koffie erin, water erin, kan eronder, opwarmen. Zoiets. Niet zo moeilijk te bedenken, maar hij had het best complex gemaakt, dus je moest leren logisch stappen te bepalen. Dat was de bedoeling. Een ingebouwde timer hield bij hoe snel je als team tot de goede oplossing kwam. Klaar voor de start, af! Wij drukten meteen op de break knop, lazen de code, startten het programma op, voerden de volgorde in en klaar. Hij was totaal verbluft. Haha. We kregen een 10 en terecht.

Frans
Ik ben best goed in talen maar niet in Frans. Het komt er gewoon niet in. Het is sowieso ook de schuld van onze lerares Frans die veel te knap was. Geen van de jongens van onze lichting heeft ooit opgelet bij franse les vrees ik. Niet op wat ze vertelde althans. Had ik al verteld dat ze ongelofelijk knap was? Vreemd genoeg was mijn uitspraak Frans vloeiend. Geef me een boekje met Franse tekst en ik lepel het met de goede intonatie op, maar heb werkelijk geen idee wat er staat. Die eigenwijze Fransozen ook, met hun bizarre taalopbouw. Ik kreeg steevast een 2,5 of een 3 voor Franse basiskennis, maar een 7 voor de verdiepingskennis. Lekker omgekeerd ook. Woordjes leren deed ik niet, het was echt kansloos. Maar oeh la la. Die lerares Frans. Daar ging je van brabbelen als een dronken Fransoos.

Economie
Ik denk dat onze allerleukste leraar die van economie in de 3e klas was. Hij was koud afgestudeerd en had de eerste weken de klas totaal niet onder controle. Hij moest namelijk steeds lachen om onze geintjes. Hij kon erg aanstekelijk lachen. Soms bleef hij erin. Tranen van de lol. Het werd een sport hem aan het lachen te brengen. Niet jennen, maar leuke geintjes. Hij maakte een deal met ons. Het eerste half uur zouden we met zijn allen serieus aan de slag gaan. En langer als mensen langer nodig hadden om de stof te bevatten. Als er tijd over was, konden we los gaan. En dat werkte fantastisch. Iedereen was hard bezig om te leren. We hielpen elkaar als het nodig was, want dan was er meer tijd voor plezier. We hadden een pact. Tijdens die lessen economie tekenden we bijvoorbeeld posters. Het was een verkiezingsjaar. We bedachten de meest idiote politieke partijen. Als parodie op de landelijke partijen. Met de meest belachelijke maar grappige economische plannen. Zo werd het toch ook nog een beetje maatschappijleer. Maar dan leuk. Aan het einde van het schooljaar hebben we allemaal cadeautjes voor hem gekocht en een afscheidsfeestje gegeven.

Ciao
Ik had een krantenwijk. Voordat ik dat uur naar school fietste, fietste ik al een uur door het dorp, langs huizen en afgelegen boerderijen. Toen ik zestien werd zette ik mijn fiets aan de kant en kocht een Vespa Ciao. Genoeg gefietst! Samen met een vriend verfden we het ding knalroze, voorzagen het van chromen kappen, wielen en een verlengde voorvork, met hoog chopperstuur. Een blok met waterkoeling en een gigantische uitlaat maakten het af. En die lelijke trappers sloopten we er natuurlijk af. Eigenlijk deed hij het meeste sleutelwerk, daar was ik helemaal niet goed in. Ik kon er bijna 80 mee. Gevaarlijk. Maar wat een vrijheid. Met vrienden scheuren over landweggetjes. Op een bloedhete zomermiddag had ik wind mee, en reed vol gas over een dijk langs de A28, ter hoogte van Haren. Ineens een knal. Blok opgeblazen. Geen trappers. Het werd een zware wandeling met dat apparaat. Nadat ik een keer bijna en vlak daarna echt ben aangereden door een auto heb ik hem verkocht. Ciao. Nooit weer iets op 2 wielen. 

Copy
In de laatste jaren spijbelde ik best veel. Er waren dagen dat ik alleen in de pauzes op school kwam, om mijn vrienden te zien. De leraren maakten zich wel een beetje zorgen om mijn afwezigheid, maar ook niet genoeg om er echt iets van te vinden. Op de een of andere manier zagen ze me niet ontsporen, denk ik. Het was ook omdat ik bij de schoolkrant zat, denk ik. Met een groep vrienden schreven we teksten, maakten tekeningen en stencilden ons helemaal zwart. Of eigenlijk deed de conciërge dat voor ons. Een privilege was dat ik bij het kopieerapparaat mocht. Dat was zo’n gigantisch apparaat van ruim twee meter, met invoervakken en uitvoerbakken. Het apparaat was slecht afgesteld, dus ik zat via het menu wat opties te verbeteren. En daar zag ik een interessante optie: copy to reserve tray. Aanzetten en maar zien wat het doet. Na een week bleek dat van elke kopie die werd gemaakt 1 extra exemplaar in de onderste bak terecht kwam. Daar lagen dus vertrouwelijke stukken en overhoringen en alles. Misschien zelfs examens. Ik heb het maar niet ingekeken. Ik loop naar de conciërge en dump die stapel papier voor zijn neus. Je kan dat kopieerapparaat maar beter beveiligen, vriend! We konden het daarna goed met elkaar vinden. Ik werd sporadisch de klas uit gestuurd. Maar als het gebeurde, mocht ik op zijn stoel zitten. Kon hij even boodschappen halen. Of ik dan andere leerlingen die weg werden gestuurd aan het werk wilde zetten. Ja daag.

Klik
Oh ja en ik heb een keer tijdens de lessen de hoofdschakelaar van de school omgegooid. Licht uit. Alles uit. Sorry 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s