Waarom het aardbevingsdossier niet daadkrachtig wordt opgelost.

Een half jaar geleden schreef ik een aanklacht en een uitdaging over het aardgasdossier. Van echt heel veel mensen kreeg ik bijval, publiekelijk en achter de schermen. Vanuit de bestuurlijke lagen bleef het echter angstvallig stil… 

De Nederlandse overheid is met ruim 400 miljard verjubelde gasbaten de grootste belanghebbende bij de gaswinning, en daarmee ook de meest verantwoordelijke voor de situatie van aardbevingen, schade en bureaucratische ellende die nu al vele jaren duurt. 

Overheden zijn doorgaans best goed in de basale zaken: politie, het huisvuil ophalen, wegen aanleggen en dijken beheren bijvoorbeeld. De machine is daar prima op ingericht.

Overheden zijn daarentegen bijzonder slecht in het oplossen van problemen waar ze zelf veroorzaker van zijn. Ze duiken weg achter procedures en voegen meer complexiteit toe dan ze wegnemen, een nare eigenschap.

Er zit een dieper probleem dan alleen dat. Ik noem het de loyaliteitsprioriteit:

Loyaliteitsprioriteit

Als je met een groep mensen een doel nastreeft, dan is dat doel het allerbelangrijkste. Op de tweede plaats komt dan het belang van je groep. En in derde plaats komt je eigen belang: 

  1. Hoofddoel
  2. De belangen van je groep
  3. De belangen van het individu

Als je gezamenlijk met deze attitude een probleem wil oplossen, en andere belangen even inferieur acht, dan kun je met veel energie en focus het probleem snel doelgericht tackelen. Dit model is populair in het bedrijfsleven. 

Succesvolle bedrijven kun je eigenlijk altijd herleiden naar leiderschap dat een hoger doel definieert en het team achter dit doel weet te krijgen. Zeker als men inziet dat het behalen van het hogere doel uiteindelijk ook de belangen van de groepen en die van het individu dient. 

Het allermooiste is als dit leiderschap niet uit één persoon komt, als dit model in het DNA van de hele groep zit. Daarom hou ik van zelfsturende teams, en hou ik van werken met mannen en vrouwen die niet uit angst of uit behoud maar uit gevoel van zelfverzekerdheid en enthousiasme aan de slag gaan, die de lat hoger willen leggen, voor zichzelf, en de groep. 

Met zo’n model stijg je boven jezelf uit. Het is gaaf om te zien hoe je anderen kan aanjagen. Ik leerde dit model op vrij jonge leeftijd toen ik vrijwilligerswerk in Simplon deed, en pas het nog dagelijks toe, zakelijk, in bestuurlijke functies en ook bij campagnes. 

Mensen die niet in het model passen, vallen vaak snel op: binnen goed functionerende teams worden mensen dan door de teamleden aangesproken op hun loyaliteit. En vaak komt het dan wel goed. Soms ook niet, dan volgt afscheid. 

Omgekeerde loyaliteitsprioriteit
Klinkt allemaal heel logisch in het bedrijfsleven lijkt me (niet overal hoor), maar in bestuurlijk Nederland lijkt de loyaliteitsprioriteit toch echt andersom te werken:

  1. De eigen positie. Soms gaat het heel plat om ego. Veelal gaat het om positie en om de beeldvorming. En vergeet niet de toekomstige carrière. Als bestuurder wil je nog graag een keer hogerop: wethouder, gedeputeerde, stas, burgemeester, de EU in. Je moet en zal het podium hebben, je moet in de krant, successen claimen. Ook wil je risico’s ontwijken, want reken maar dat velen uit angst handelen. Desnoods handel je ten koste van een ander, de groep en het doel. Het is zeer korte termijn denken: positiegericht tegenover doelgericht. 
  2. Je clubje: je fractie, je college, je partij, de coalitie: ze moeten wel overleven in de politieke arena en je moet de juiste mensen nog even te vriend houden. Anders kun je doel 1 niet nastreven. De relatie wordt dan voorlopig belangrijker gevonden dan het werkelijke doel. Groepsbehoud uit angst. Consensusgericht versus doelgericht.
  3. Het hoofddoel komt hiermee automatisch op de laatste plaats. Oeps. 

Het verpolitiseren van het aardbevingsdossier houdt alle bestuurlijke lagen in een kramp vast. Niemand durft zijn vingers er echt aan te branden. Er zal niemand opstaan en tegen zijn eigen fractie, coalitie of partij (laat staan publiekelijk) zeggen: dit kan zo niet langer, we gaan dit nu zo regelen. Nee, we houden de groep en de bewindslieden uit de wind, en we stemmen de beeldvorming goed af. Kortom, het ontbreekt aan leiderschap in een crisis als deze.

Een van de vele voorbeelden: het afgelopen college in de provincie Groningen had een gedeputeerde op dit dossier die niets heeft bereikt. Vier verloren jaren. Werd hij er in deze jaren echt op aangesproken en op afgerekend? Nee: het belang van het college in stand houden bleek groter dan het dossier aanpakken, zelfs bij de oppositie. Gaat het nu echt anders denk je? 

Uit vrees om de positie van een bewindvoerder te ondermijnen zwijgt men en de rijen worden gesloten. Men handelt hooguit reactief als er een politieke dreiging is, of men probeert een politieke dreiging te maken. Wederom geen focus op het doel: waar je ook al weer voor was verkozen, waar je ook al weer voor wordt betaald. 

Het gaat om posities en om de beeldvorming in plaats van het resultaat: na een beving en na een debat komen er excuses en mooie beloften. Zeven jaren al hè. Zeven jaren.

Op de vraag: “welke concrete resultaten heeft u voor de Groningers behaald waar zij concreet iets aan hadden?” blijft het angstvallig stil in de gemeentehuizen, het provinciehuis en op de ministeries. 

Op de vraag: “wanneer komt u met welke concrete resultaten?” idem. 

Doorzettingsmacht
Ons bestuurlijke systeem is niet ingericht op het oplossen van een crisis. Een bestuurder uit dit bestuurlijke wereldje, met dit DNA, op dit dossier zetten zal geen effect hebben: het zal de crisis alleen maar laten doormodderen en dus verergeren.

Daarom pleit ik nogmaals voor een apolitieke doorzettingsmacht, die geen boodschap heeft aan de relatie met bestuurders, instituten en coalities die hun loyaliteiten hebben omgedraaid. Een doorzettingsmacht die het probleem oplost in plaats van er onderdeel van is. Een doorzettingsmacht die zegt: 

“Groningers, we zitten met elkaar in de ellende, en we gaan eruit komen. Dit wordt niet makkelijk. Voor sommigen zal het nooit weer worden zoals het was. Mooier kan ik het niet maken. Velen zullen er echter op vooruit gaan. En met zijn allen zullen we dan hopelijk zeggen: mooi, we zijn deze ellende voorbij. Dat is mijn hoofddoel en eenieder die daaraan meewerkt en meedenkt is meer dan welkom. Voor zij die eigen prioriteiten stellen is hier even geen plaats.”  

Iemand die de loyaliteitsprioriteit op orde heeft dus. Dit zal iemand moeten worden van buiten het bestuurlijke wereldje. Maar wie?

ps thx aan de vrienden voor draft review en feedback.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s