Een RoadTrip

Een Jaguar F-Type V8 S en een Mercedes AMG GT S, samen goed voor meer dan duizend pk. Zes dagen. Acht landen. Drieduizend kilometer asfalt. Zeshonderdvijftig liter benzine. Veertig uren autorijden. Bergen. Tunnels. Bochten. Zon. Goed eten. Bier. Dat waren de ingrediënten van een roadtrip, afgelopen september. Coronatijd. Vier eigenwijze kerels. Komt dat wel goed? En wat was de beste auto?

Het gezelschap: Boris Geheniau, Eric Idema, Dirk-Jan Huizingh en ondergetekende. 

Boris ken ik al zeker 25 jaar, uit het Groninger eh, studentenleven. Simplon dus. Muziek en bier. Boris ken je misschien van de docu 25YearsStreaming.com. Of anders van zijn internetbedrijf dat bouw en vastgoed destijds het digitale tijdperk in trok. Omdat Boris wel iets van 19 kinderen heeft (voor zover hij weet), is zijn vervoermiddel een busje. Echt. Gast. Haha.

Eric kende ik nog niet zo goed, uiteraard wel van de NOO, onze mooie digitale ondernemersclub. Eric is best wel succesvol in e-commerce: Hij verkoopt plastic geluksmomentjes voor haar en hem en hen en in welke andere mogelijke combinaties dan ook. Zijn vervoermiddel is een Audi SQ8. Dat is een gave dikke uitvoerings van een VW maar dan met 4 nullen voorop. Vier keer nul blijft nul, Eric ;-p.

En DJ, goede vriend, makker, bekend van de roemruchte appbouwer Peperzaken en momenteel vooral actief in digitalisering van het onderwijs. Heel belangrijk, dat die kids digitaal leren denken en werken. Dirk-Jan rijdt in een BMW. Dikke BMW! Je kent ze wel, ze hebben geen knipperlichten en geen gevoel voor afstand als ze achter je rijden 😉

Dan de auto’s: 

De Jag: Jaguar F-Type V8 S Cabrio. 

Niet zomaar een vierpitter of zescylinder, nee de 5-liter Supercharged V8. Goed voor 495PK en 625Nm koppel op de achterwielen, jawel. Topsnelheid: 300km/u. In 4,3 seconden krijst hij naar de 100. Gewicht: 1735 kg. 

Maar cijfers zeggen niet zoveel. De F-Type is een beeldschone en ruige auto. Jaguar introduceerde hem met Engelse filmsterren die altijd de villains spelen. Engelse chique, met een boevenrandje. Het geluid wat deze auto kan produceren: fenomenaal. De Jag komt uit 2014 (kostte destijds zo’n 170K, oef. Nee ik koop ze niet nieuw) en heeft zo’n 23000 km op de teller staan. 

Hij is eigenlijk grijs, heb hem knalblauw laten wrappen. Er is inmiddels een facelift waardoor de F-Type zijn karakter wat verloor. Die heeft bovendien nu een partikelfilter, waardoor het geluid minder is. Niet doen dus, koop een oudere V8 met achterwielaandrijvings. Een R is niet nodig. De coupé is nog mooier maar cabriorijden is heerlijk.

De AMG: Mercedes AMG GT S Coupé. 

Elke AMG GT heeft een 4-liter bi-turbo V8. Deze heeft 510PK en 650Nm, eveneens op de achterwielen. In 3,8 seconden brult hij naar de 100. Gewicht: 1645 kilo. Topsnelheid: 310km/u. 

Wow. Wat een verschijning. Laag, breed, en een lange neus. Supercar looks. De AMG komt uit 2015 (nieuwprijs ergens rond de 2 ton, aiii) en heeft circa 35000 km gereden. De GT is er in verschillende smaken, de R is over de top. De S is die je wil, met de mooiste lijnen en meer dan genoeg PK’s. Deze heeft de exclusieve parelverf SolarBeam Yellow. Dat moet je in het echt zien, de kleur knalt er vanaf. Met de vele zwarte accenten is het een opvallend monster. 

Er zitten taxi-strepen op, dat zit zo: Toen vriend Joost een Mercedes kocht, hebben we hem uitgelachen: ‘als ik Mercedes wil rijden dan bel ik ja wel een taxi ja.’ En toen kocht ik dus zelf ook een Mercedes. Een gele. Yellowcab kleur. Dus een weddenschap gewonnen: ik krijg 8 kratten Hertog-Jan omdat ik er nog net op tijd van die zwart-wit geblokte taxi-striping op heb laten zetten. Verrassing voor de mede roadtrippers. Hehe.

Wat is de beste auto?

Beide auto’s hadden net een beurt gehad. De Jag kreeg nieuwe achterbanden en de AMG kreeg rondom nieuw rubber. De Mercedes was op voorhand de favoriet van het gezelschap. Maar hoe was het eindoordeel na de roadtrip? Elke 2 uur wisselden we van rijder naar bijrijder en elke 4 uur wisselden we van auto, om elke wagen onder alle omstandigheden onderweg goed te kunnen beleven.

Dag 1: Groningen, Autobahn, Moezel, Trier, bier.

We startten in Groningen, knalden over Autobahn 31 in Duitsland naar Koblenz en reden langs de slingerende Moezel om in Trier een biertje te drinken. 

De Mercedes heeft meer power. De Jaguar voelt speelser en lichtvoetiger bij het optrekken, het gaspedaal is responsiever. Maar op de Autobahn boven de 180 ga je merken dat de AMG meer power en minder gewicht heeft. De Jag houdt hem niet bij. Het is tenslotte ook een cabrio en dat betekent meer gewicht. 

Beide sportauto’s liggen strak op de Duitse snelwegen. Boven de 200 is met open dak rijden minder comfortabel. Maar met het dakje dicht heb je bij veel hogere snelheden nog steeds een goed gevoel van stabiliteit en controle in de Jag. De Mercedes rijdt flink wat strakker. En dan die keramische remmen. Dit is een thuiswedstrijd voor de Duitser. Punten voor de Mercedes dus! 

Op de weg krijgt de AMG verreweg de meeste aandacht van andere weggebruikers. Mensen lachen om de taxistrepen. Duimpjes omhoog. Toch nog Duitsers met humor. Onderweg uiteraard een lekkere currywurst mit pommes gehaald. Cultureel integreren, bonuspunten voor de mannen.

Bij Koblenz eraf. Niks Autobahn, wel fijn toeren langs de meanderende Moezel. Hier begint het vakantiegevoel echt. Vijfentwintig graden, avondzonnetje, heuvels vol wijnranken, en die brede rivier met pittoreske plaatsjes, en af en toe een kasteeltje. Relaxed rijden met het dakje open. Zon, wind, geluid, geuren. Je maakt de omgeving zoveel intenser mee. Ja daar rij je dan in je dikke AMG, maar hier scoort een cabrio. Tijdloos leven. Punt voor de Jag!

In Trier de auto’s op een veilige parkeerplek gezet. Kudos voor DJ voor dat uitzoeken. Hotel ingecheckt en op naar een terras. Nou ja, terras. Wij zijn in Groningen verwend. Trier is best een grote plaats maar de terrascultuur heeft meer weg van die van Heerenveen of Appingedam of zo. We vonden een IJssalon met terras. De medewerkers waren al aan het afsluiten. We mochten de pullen bier laten staan, die zouden ze de volgende ochtend wel vinden. Een mooie afsluiting van een eerste dag.

Tussenstand: AMG – JAG: 2-1 

———-

Dag 2: Trier – Imst

Ja leuk dat Trier een van de oudste steden van Duitsland is, maar we zijn hier met een missie. Het doel is autorijden, niet cultureel doen. Er was een Duitser-van-de-regeltjes nog even boos dat we de auto’s niet IN de vakjes van het parkeerterrein hadden gezet. Ja sorry man, daar passen die brede sportauto’s niet eens in. 

Het sputterde een beetje, dus echt tempo maken was er niet bij. Alhoewel… DJ dacht daar anders over en knalde er in de Jag vandoor, hij pakte op het allerlaatst een afslag naar een tankstation. Die door de mannen in de AMG werd gemist. Geen probleem, we hadden van die Chinese walkie talkies mee met iets meer zendvermogen dan qua vrije band vergunnings wordt toegestaan. Dus vonden we elkaar snel weer. 

Nederlanders klagen graag hè. Bijvoorbeeld waarom je de vulpistolen in Duitsland wel vast kan zetten en in Nederland niet. Maar wat wij echt veel beter voor elkaar hebben, dat is tankstations langs de snelweg. In Duitsland moet je er echt af en zoeken. Mobiel bereik is er ook al niet te best. Ze verkopen bier bij de tankstations: raarrr. Duitsland maakt alles goed met goedkope benzine, en ze hebben peut met 100 octaan. Yessss.

De rit naar Imst in Oostenrijk was lang. Veel binnendoorwegen door Duitsland, uiteindelijk rij je richting de Alpen. Het landschap wordt heuvelachtiger. In de verte doemen de bergen op. Echt gaaf. Twee snelle auto’s, lekker rijden en mooie momenten. Over werk. Kinderen. Het leven. Dat is wat een toerrit zo mooi maakt: je zit met 2 man in een auto en je hebt goede gesprekken. Soms wat dieper, vooral ook veel grappen. De mannen in die andere auto een beetje plagen. Dat ook.

In Imst kwamen we in een fantastisch Tiroler hotel. Grote kamers. Goede steak. Bier. Schnapps. Mooi uitzicht op de bergen. En sterke verhalen. We waren nu echt op verkanzie!

En oh ja, de auto’s. De Mercedes rijdt strakker, maar de Jag zit comfortabeler op de lange afstand. Dus ja. Close call.

Tussenstand AMG – JAG: 3-2

———-

Dag 3: Imst – Gardameer

Na een stevig Tiroler ontbijt vertrokken we in de ochtend in de richting van Obergurgl. Een fantastische route door een dal, tussen de bergen. Je ziet de typische alpenweiden, mooie plaatsjes, dikke bergen met gletsjers, watervallen en riviertjes. Een strakblauwe hemel, prachtig uitzicht, dikke sportauto, en sja, helaas geen leuke vrouw maar een of andere ongeschoren kerel naast je. 

Okay, hier kwamen we voor: de Timmelsjoch. Dit is een oude bergpas op 2500 meter hoogte. De pas is doorgaans alleen overdag open, alleen in de warme maanden. Daarom moesten en zouden we begin september gaan rijden. Soms is de pas dicht omdat er modder, rotsen of lawines naar beneden komen. Avontuur!

Je klimt omhoog, veel haardspeldbochtjes tussen de bomen. Ineens verandert het landschap. Geen bomen meer. Een enorm uitzicht over bergtoppen. Even stoppen voor wat foto’s. En weer door. Kale vlakten. Immense rotspartijen. En een diep uitzicht over een mooi stuk asfalt dat zich door de bergen kluwt, slingert en wringt. 

Wat stuurt die AMG toch licht en strak. Moeiteloos pak je elk haarspeldbochtje. De steile klim is geen enkele beperking voor de 510 paarden in de neus. De keramische remmen komen ook goed van pas. Zeker als een of andere idiote orgaandonerende motorrijder denkt je motorkap te willen koppen. Het ging net goed. De AMG is hier een absolute koning. En die lekkere diepe brom. Grrrrr.

Dan denk je, dit wordt dus niks met die Jag dan, vergeleken met de AMG. Hallo. Power genoeg. Het sturen is meer werken. En remmen zijn eng soft vergeleken bij de Mercedes. Maar dat geluid. Verslavend. Optrekken, opschakelen, terugschakelen, en rattattattat!!! Jawel, want hier verandert het landschap weer: tunnels.

Okay hier moet ik even technisch worden. De Mercedes heeft twee turbo’s. Turbo’s gebruiken de druk van uitlaatgassen om meer lucht in de motor te jagen. Het moet motoren zuiniger maken. Dat dempt dus het uitlaatgeluid. De AMG heeft een indrukwekkend diepe brom, zeker met de uitlaatkleppen open. 

De Jaguar heeft een supercharger. Dat is een mechanisch apparaat dat ook lucht in de motor jaagt, maar er zit niets tussen de motor en de uitlaat. Behalve klepjes. Als je die open zet dan breekt de hel los. In positieve zin, qua oorporno dan. Superchargers zijn doorgaans minder zuinig dan turbo’s, dus je ziet ze steeds minder: jammer. 

Tunnels dus. Boris en Eric waren niet per se autofans. Dat is veranderd in de tunnels van de Timmelsjochpas. Bij elke tunnel moest even worden afgeremd, teruggeschakeld, en vol gas gegeven, het geluid van de Jag is dan angstaanjagend, alsof er een straaljager achter je aan zit. In een tunnel. Je waant je in een James Bond scene. 

En dan weer terugschakelen, een seconde wachten en dan een klein tikje tegen het gaspedaal: RATTATTATTATTAT! Alsof die foute Mussolini persoonlijk met een mitrailleur bezig is: ja we zitten inmiddels in Italië. Ondanks de hoogte geniet je in de Septemberzon in een cabrio, gewoon in je shirtje.

De hoogste toppen zijn voorbij. De afdaling is begonnen. We zitten aan de zuidkant van de Alpen. Haarspeldbocht na haarspeldbocht. Vele mede toerrijders ook. Mooie sportwagens, motorrijders en af en toe een verdwaalde wielrenner. Knap, maar ook levensgevaarlijk, zij liever dan wij. Het landschap wordt groener. Je houdt prachtige uitzichten over de bergen. Haarspeldbochten, ravijnen en tunnels wisselen elkaar af.

Alsof dit niet genoeg avontuur was, namen we langs het Gardameer een toeristische route, de Via Benaco, een tip van Eric. Een heel smal weggetje, hoog de bergen in. Met een prachtig uitzicht over het meer, en een verrassende route door een kloof, je rijdt half door tunnels en met groen overwoekerde bergwanden. Alsof je in een sprookjeswereld terecht komt. Betoverend. Slingerweggetjes. Beide auto’s geven zoveel controle en plezier. 

We stoppen bij een hotel met gaaf uitzicht over het Gardameer. Biertje. Best uitgeput van deze intense reis. Want intens is het. Al die indrukken, maar ook het rijden over die weggetjes. Op papier rij je deze route in 4 uurtjes. We deden er 8 uur over. We overwegen hier gewoon een dag te blijven. En dan in plaats van in 3 dagen, in 2 dagen naar Nederland terug te rijden. Eerst maar even eten. 

We vonden een geweldig restaurant met groot terras in een tuin, op loopafstand. Italiaanse gezelligheid. Onder grote parasols, alles versierd met lampjes, zitten hele families te eten. Okay, currywurst is best lekker, maar wauw wat kunnen die Italianen koken. Wijnen, hapjes, goed vlees, verse vis: wat een afsluiting van een topdag.

Oh ja, die auto’s: sorry, AMG je rijdt fantastisch door de bergen. Menig mens zou er jaloers op zijn. Maar een Jag F-Type supercharged V8 Cabrio met open uitlaat in tunnels? Vet gaaf. Tunnels zijn Jag territory, een beul als een AMG kan daar niks aan doen.

Tussenstand AMG – JAG: 3-3

———-

Dag 4: Gardameer – Luzern

Blijven we hier? Genieten van het mooie weer, een beetje aan een boulevard hangen? Lekker lunchen, Italiaanse vrouwen kijken, verhalen vertellen? Of gaan we naar de Stelviopas? Dat is een gave route. Beide opties betekenen dat we dan nog maar 2 dagen hebben om terug te rijden. En eerlijk gezegd had ik de dag ervoor teveel zelf gereden en was niet echt fit. Neehee geen Karona’s. Gewoon even moe van drie dagen kilometers maken. Dus we hielden ons aan het oorspronkelijke plan: op naar Luzern. Zwitsalland.

Deze rit ging langs het Gardameer, Brescia, Bergamo, en Como. Toch maar eens plannen maken om naar deze regio te emigreren. Aan het Comomeer zochten we een lunchplek. We maakten goede show met de auto’s langs de boulevard. De Jag zou hoofden doen omdraaien, maar niet als de AMG erbij is. ‘Bella machina’, hoor je mensen zeggen. Weer lol om de taxistrepen. Maar ja. Het is geen Ferrari of Maserati. Dan zouden ze je voor de deur laten parkeren. Dan zou zelfs de carabinieri een plekje voor je regelen. Ook waar het niet mag. Nee, Brits of Duits, hoe exclusief dan ook, het is niet voldoende.

Ineens zit je ook zomaar in Zwitserland. Zonder vignet. Hier zijn ze echt streng. Als je te hard rijdt dan kun je een boete op basis van je inkomen verwachten. Zonder vignet rijden is al best een pittige boete. Zouden ze daar scanners voor langs de weg hebben? Ik ben 1x geflitst. In Duitsland, met een paar kilometer te hard: tien euro.

Er blijken files te staan bij de Gotthardtunnel. De navi stuurt ons automatisch via een alternatieve route. Ho wauw: we gaan over de oude Gotthardpas. Ineens een steile klim omhoog, over enorme viaducten op grote hoogte. Honderden meters niets onder dat dunne plakje beton. Half open tunnels, ravijnen, en uitgestrekte uitzichten over grillige bergen en dalen. De echte oudste pas heet de Tremolo:

We pakken de oude Gotthardtpas: kinderkopjes! Auw, de vering van de AMG is zelfs op de meest comfortabele stand spijkerhard. Wat een landschap. Bergen, sneeuwtoppen, bomen, rotsen, rivier, bochtig asfalt, tunnels. Heerlijk. Nog een onverwachte gave route dus.

In Luzern lukt het om de auto’s in de kelder van het hotel te parkeren. Een hoop steken en dan bier. Luzern heeft een mooi centrum, met een houten overdekte brug over de rivier. We zijn weer onder de mensen, ook al moeten we afstand houden vanwege de corona’s. In elk land zijn die regels anders. Duitsland en Oostenrijk waren vrij streng. Mondkapjes overal binnen verplicht. Tenzij je aan een tafel zit. Zwitserland daarentegen was veel soepeler, alleen in het OV. Haha OV. Aan de oever vinden we een terras, en proosten op weer een gave dag. 

Tussenstand AMG – Jag: 4-4

———-

Dag 5: Luzern – Bouillon

Aan het ontbijt vertelt Eric over zijn shirtsponsoring voor FC Emmen. En dat de KNVB nog even akkoord moest geven. We bespraken hoeveel positieve publiciteit het zou opleveren als de KNVB moeilijk zou doen. We maakten veel foute grappen die je over speeltjes en voetbal kan maken. Verschillende strategieën passeerden de revue. Maar eigenlijk was de conclusie: netjes blijven en niets doen. Je krijgt de publieke opinie vanzelf op de hand. Nou dat is gelukt. Twee weken lang was het onderwerp op radio, tv en social media. Prachtig. Gelukkig zijn alle partijen er allemaal positief uitgekomen.

Het plan was eigenlijk om naar Luxemburg te gaan. Maar het werd Bouillon. Nooit van gehoord. Ja van dat warme drankje. Maar de route zou mooi zijn. Nou ja, daarvoor zijn we op pad, dus let’s go! We stoppen nog even bij het oude huis van Boris zijn grootouders. Foto mienjong! Snel alsnog een vignet scoren. Wat zijn we toch braaf.

Bij Basel reden we de grens naar Frankrijk over. Land nummer zes. Oh wat zijn die Péages toch heerlijk. Ruim, rustig, en lekker doorrijden. Misschien reden we iets harder dan 130, maar ook niet veel. Suf toch, dat we in Nederland maar 100 mogen. Neem nou de A6. Dat is gewoon een Péage of zelfs een Autobahn, maar dan toevallig in Nederland. Laat ons daar nou gewoon overdag 150 rijden, en ’s avonds 180 of zo. 

Maar goed, Frankrijk dus. De mensen zijn chagrijnig, terwijl het landschap zo mooi is. Langs de Vogezen, richting Nancy en Metz. Helaas geen zonnebloemvelden meer, maar na 2 dagen slingerende weggetjes met haarspeld na haarspeld is even doorrijden op glooiende vlakten gewoon lekker. Af en toe zie je een mooie CO2-arme kerncentrale en verder nauwelijks van die lelijke windmolens.

Wederom een goede dag voor gesprekken over, ja, alles eigenlijk. Ondernemen. Hoe je ooit bent begonnen. Tegenslagen, hoe je ermee omgaat. Successen en hoe je die deelt met je team. De plannen die je hebt. Ondertussen een beetje ouwehoeren op de walkie talkie. Mooi man.

Als een stel Chinezen pakken we ook nog even land nummer 7: Luxemburg. Waar uiteraard eem goedkoop wordt getankt. We blijven Nederlanders. En doorrrr naar de Ardennen. Ook prachtig. Bosrijk, glooiend. 

Okay, even zeiken over België. Wat een slechte wegen. En wat een lelijke huizen. En wat een hoop kuilen in die wegen. Had ik al geschreven over de slechte wegen in België? Sportauto’s zijn vrij strak geveerd. België is een aanslag op je ruggengraat. En op je hersens. En je vullings. België heeft echt heeeel lelijke huizen. Maar die wegen, die zijn pas slecht.

In Bouillon staat een hotel. Hotel de la Poste. Napoleon schijnt er te hebben geslapen. Niet dè Napoleon. Maar de derde. Hij heeft er zijn verdriet van een verloren slag weggedronken en zijn roes uitgeslapen. Morgen is er immers een nieuwe dag, Napoleon!

Het hotel ligt aan een rotonde. Met terrasjes aan weerszijden. Dus wij met die twee dikke bakken voor de deur stoppen, even vragen waar we de auto’s kwijt kunnen. Komt daar een oudere man in een rode Porsche 911 GTS aanrijden. Die onthutst en boos kijkt naar onze wagens. Nog even een extra rondje rijdt. En er boos vandoor scheurt. Blijkbaar was ‘le only petrolhead in le town’ even niet de enige.

We hadden indruk gemaakt want we mochten bij hoge uitzondering op het terras eten. Goddelijk eten. Vraag er om de kreeftbisque en de tartare de boeuf. En lekkere biertjes! Ik was op een gegeven moment wel klaar, de andere mannen zijn nog een vage kroeg in gedoken. Ze ontkennen alles.

Oh ja, de auto’s. Gelijk op, wederom. Het is een voorrecht om in allebei de auto’s te mogen rijden. Tussenstand AMG – Jag: 5-5

———-

Dag 6: Bouillon – Grunn

Dit is zo’n dag dat je weet dat je naar huis gaat. Gewoon weer door dat saaie Nederland naar het Noorden. Maar hee, we gaan nog een fijn stuk door de Ardennen rijden, en we nemen het stralende weer van de hele week mee naar Nederland!

Wat een TOFFE roadtrip. Mooi weer. Een geweldige route. En veel lol en mooie gesprekken. Het ging natuurlijk niet om die auto’s. Een gevalletje van male bonding. Daar hoeven we niet dweperig of stoer over te doen, het is gewoon oprecht mooi om zo’n week met een stel eigenwijze ondernemers op te trekken. Daar zijn die wagens voor. Voor het avontuur. Om het geluk te kunnen delen. 

Meteen over de grens bij Nederland haalden we een oer-Nederlands broodje shoarma. Om de boel culinair en cultureel goed af te sluiten, natuurlijk.

Maar ja, wat was nu de beste auto? De AMG is een indrukwekkend monster. Het is technisch sowieso de betere auto. Wat een looks. Wat een perfecte machine.

Maar zoals Boris zei: ‘de Jag is gewoon Rock & Roll, man! Je moet misschien wat meer werken, maar wat geeft die auto een lol!’ Het is gewoon waar. De AMG is heavy metal, de F-Type is Rock & Roll. De AMG is Rammstein. De F-Type is Mick Jagger. 1 Punt voor de Jag erbij.

Inmiddels hebben we Eric zo gek gekregen dat hij zoekt naar een sportauto. Eric: koop een jonge Maserati GranCabrio Sport of MC. Boris en DJ hebben besloten – dat als hun plannetjes dit jaar gaan lukken, dat ze allebei een F-type V8 kopen. Ik hou jullie eraan! 🙂

Als we in de vergelijking ook nog even meenemen wat zo’n AMG GT S nu kost (100-125K) tegen een F-Type (€50-75K) dan is de Jag ook nog eens flink goedkoper. Je kan 2 Jags kopen voor de prijs van 1 AMG. En je hebt meer plezier. Misschien dat een AMG cabrio ultiem is, maar die zijn nog weer fors duurder. Meeste lol voor je geld? Een F-Type. Nog een punt voor de Jag dus. De F-Type is ondergewaardeerd.

(Niet dat het echt relevant is maar de AMG zoop ook nog eens meer dan de Jag. Serieus, met een 1 liter kleinere motor, lichtere koets en turbo’s? Bijzonder.)

Twee extra punten voor de Jag dus…. Tromgeroffel: 
Eindstand: AMG – Jag: 5-7Dit hadden we niet verwacht.

Mannen, ik vond het geweldig. Dank voor die gave week! Coronavrij teruggekomen ook. Nu die acht kratten bier nog ophalen. Past niet in beide auto’s. Misschien toch dat busje van Boris even lenen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s